Desinformatie en moralisme

Desinformatie en fake news bedreigen onze instituties en destabiliseren onze democratieën. Laten we er dus wijselijk mee stoppen. Maar gaat dat eigenlijk zo makkelijk?

Dit essay bekijkt de systemische en psychologische onderstromen van desinformatie. Het concludeert dat het zinloos is desinformatie als fout gedrag te bestempelen waarmee moet worden gestopt, omdat desinformatie een symptoom is van de tijdgeest. Het moraliseren van symptomen is zinloos, net zoals het zinloos is verkoudheid of eenzaamheid te moraliseren.

De vraag zou moeten zijn: waarvan is het een symptoom?

Wie zoekt niet de waarheid? 

“De waarheid zal je bevrijden” was het thema waarover paus Franciscus sprak op Wereldcommunicatiedag in 2018. Fake news, dat is het werk van de duivel, zo luidde zijn boodschap en hij vergeleek desinformatie en fake news met de slang die Eva verleidde om van de verboden vrucht te eten, al met al ernstige zonden. Maar ook in 2022 uitte de Paus zich rondom corona in deze zin.

Als hoofd van de katholieke kerk representeert de paus ondanks het fors bezoedelde imago nog steeds een morele autoriteit. Met zijn uitspraken voorziet hij het verschijnsel van een moreel predicaat: desinformatie en fake news deugen niet, zo wordt ons vermoeden bevestigd, om maar niet te spreken van haar verspreiders.

Zoals dat aan moralisme eigen is, is ook de oproep van de paus een oproep tot betamelijk gedrag. Talloze wereldleiders, politici en wetenschappers beweren met de paus hetzelfde: desinformatie bedreigt onze instituties, destabiliseert onze democratieën. We moeten weerbaar zijn, ingrijpen en desnoods censureren. Het appél is om wetten te schrijven om paal en perk te stellen aan fake nieuws en desinformatie.

De postie van de Paus over desinformatie is toch opmerkelijk, want na Nietzsche ’s “God is dood” eind 19e eeuw, gold overwegend “de mens wikt, én de mens beschikt”. Nadien is een kenmerk van de moderniteit, de periode vanaf de zestiger jaren, de maakbaarheidsfilosofie geworden. De moderne wereld heeft de technocratie om haar problemen op te lossen, daar is toch geen religieus moralisme meer voor nodig?

Maakbaarheid, moraal en de tijdgeest

Desinformatie is geen verwijtbaar gedrag, maar een autonoom symptoom van de tijdgeest, een fenomeen dat niet verdwijnt door het te moraliseren. Dat is de these. Het heeft net zomin zin om een verkoudheid of eenzaamheid te moraliseren. Het moraliseren van desinformatie toont de onmacht van het moderne maakbaarheidsbewustzijn.

Laten we de tijdgeest en haar fenomenen eens tegen het licht houden om deze these te funderen. Probleem bij het beschouwen van de tijdgeest is dat wij de tijdgeest zijn; een vis merkt ook niet dat het water nat is. We hebben geen wetenschap nodig als we simpelweg waarnemen wat iedereen kan zien. Een fenomenologische tijdgeest-analyse in vijf fenomenen en de gevolgen daarvan.

Vijf Fenomenen

1. Autoriteitserosie en de dictatuur van het individu

Sinds de zestiger jaren zijn veel autoriteiten van hun voetstuk gevallen of geduwd. Het gelijk van de resterende autoriteiten, of ze nou leraar, burgemeester of dokter zijn – wordt dagelijks betwist. Aldus zijn er steeds minder aanvaarde autoriteiten en externe bronnen van betekenis en zingeving. Bovendien achten we onszelf steeds meer een autoriteit. Helaas worden die massa’s zelfverklaarde autoriteiten het onderling niet eenvoudig eens.

De fragmentatie van waarheden en meningen als symptoom van de moderniteit, noemden we individuele vrijheid. En dat was daadwerkelijk een bevrijding uit de ketens van de groep. De vreugde van de individualisering dreigt echter om te slaan. Als iedereen gelijk heeft, is er dan nog zoiets als waarheid? Als iedereen gelijk heeft, zijn er dan nog grenzen, of leugens? Als iedere mop wel voor iemand kwetsend is, waar mag dan nog om gelachen worden? De hypothese was dat de dictatuur van de groep zou transformeren naar de vrijheid van het individu, maar de werkelijkheid oogt minder fraai. Het lijkt erop dat de dictatuur van de groep vervangen wordt door de dictatuur van het individu.

2. Het wankelmoedige ik

Babyboomers zullen het herkennen, de euforie over de nieuwe vrijheden in de zestiger jaren. De individualisering beloofde dat iedereen zichzelf zou kunnen zijn, al was niet duidelijk wat dat precies was. We hadden er in ieder geval grote verwachtingen van, al die individuele meningen die de autoritaire kaders zouden vervangen. En hoe is het nu?

We worden dagelijks bestookt met advertenties, op televisie, door sociale media en bij sportwedstrijden. Peers vertellen ons hoe we moeten zijn: uniek en speciaal. Nu alles gemeten en vergeleken wordt ontstaat er een sociale dwang om steeds beter, mooier en succesvoller te zijn dan de ander en dat leidt tot stress en een tweedeling.

Er zijn veel verliezers van de individualisering. In feite kan men de eigen uniciteit niet dragen en verschuilt men zich in identity groups. Daar zien we er helemaal niet uniek uit, maar hetzelfde; dit, of het nou om Amsterdamse corpsmeisjes, Antifa-activisten of voetbalhooligans gaat. Een heel concreet voorbeeld: de kleuren van personenwagens (zie afbeelding), worden steeds monotoner. Onze veelgeprezen individualisering leidt ook bij onze auto-keuze steeds meer tot conformisme en eenvormigheid.

De hooggespannen verwachtingen komen niet altijd uit: de eigen waarheid van het individu maakt diens leven niet vanzelf betekenisvol. In de praktijk is er geen autonomie en wijsheid gecreëerd maar ambivalentie: Wie ben ik? Ben ik goed genoeg? Daardoor hebben velen steeds minder houvast en dat maakt onzeker. Gebiologeerd staren we naar het scherm van onze iPhone, hongerend naar een like, terwijl therapeuten drukker zijn dan ooit.

3. Democratisering van het nieuws

Nog maar enkele decennia geleden was “nieuws” een solide bedrijfstak en had je voor de productie ervan professionals, techniek en logistiek nodig. Vooral door de smartphone is zowel de nieuwsgaring als publicatie van nieuws gedemocratiseerd. Iedere burger heeft in potentie deze dubbelrol ten opzichte van het nieuws: hij of zij is producent én consument. Door Twitter, Facebook en iPhone kan iedereen iets vastleggen én publiceren. Popart-kunstenaar en mediafenomeen Andy Warhol kondigde dit verschijnsel al in 1968 aan, ieders “moment of fame”. En in het huidig narcistisch tijdperk doen we niets liever dan met een selfie-post het eigen “moment of fame” te vieren.

Deze democratisering brengt met zich mee dat er een race to the bottom ontstaat. Vroeger werkte de mediawereld overwegend op basis van naar objectiviteit strevende, journalistieke normen. Om de nieuwsconsument te plezieren zijn de de media steeds meer gericht op de persoonlijke emotie. Algoritmen zorgen er vervolgens voor dat persoonlijke emotiebubbels voortdurend worden bevestigd. Ook is niet meer te onderscheiden welke afzender welke belangen heeft. Of wat actie en wat reactie is. Marketing, propaganda en nieuws zijn nauwelijks nog te ontwarren. Hierdoor ontstaat besmetting of verdringing van diepgaande analyses.

4. Aandacht creëert realiteit

In de kwantumtheorie en voor psychologen en spiritueel geïnteresseerden is het een bekend verschijnsel dat bewuste aandacht realiteit beïnvloedt. Hoe triviaal en onbeduidend een detail of incident ook is, als de juiste instinctieve snaar wordt geraakt wordt een twittertornado ontketend. En als die maar heftig genoeg is, kan een minister het geweld ervan niet meer negeren. Aanspoelende potvissen, brallende corpsleden, ministeriële dienstreizen, godvrezende fakkeldragers, het is in de media de dagelijkse werkelijkheid: een eindeloze reeks van incidenten die hun proportie ontlenen aan het aantal retweetsen niet aan hun betekenis. Stemming maken loont, beeldvorming wordt werkelijkheid.

Oplichtende incidenten, een wetmatigheid van de kwantumtheorie, creëren een beeld van de werkelijkheid. Zo ziet een mediacratie eruit. Ze vervangen de autoritaire ordening van vroeger. Er wordt vervolgens bestuurd op basis van deze dagkoersen. Maar onze instituties zijn zo fijnmazig met elkaar verweven en onze uitvoeringsorganisaties zijn zo grootschalig en complex, dat het sturen op dagkoersen deze tot gekte drijft. Toch blijven we ons verbazen dat instituties uiteenvallen en organisaties vastlopen.

Sturen op onbeduidende incidenten heeft een tegenhanger. Er zijn massieve crises gaande die niet in een oneliner zijn te vangen en dus geen aandacht krijgen. Denk aan de crisis in het milieu, onderwijs, de overbelasting van zorg, de demografische groei, de stagnerende woningbouw en zo verder. Deze brede en trage onderstromen bewegen langzaam en veelal ongezien verder in hun samenhang en destructieve momentum.

5. De ontdekking van het niet-weten, en de erosie van de wetenschap

Yuval Harari heeft het in zijn Kleine Geschiedenis van de Mensheid een contra-intuïtieve maar interessante observatie gedaan: met de ontdekking van de wetenschap hebben wij het niet-weten ontdekt. Het is nog niet zo lang geleden dat kennistradities als islam, christendom of boeddhisme de bron waren van alle kennis. Alles wat er over de wereld te weten was, was bekend bij de almachtige goden en de grote wijzen. Die kennis werd door hun geschriften of door de uitleg van toegewijde priesters aan de sterveling geopenbaard en dat volstond.

Met de wetenschappelijke revolutie is de mens rijp genoeg geworden om te begrijpen dat niet alles kenbaar is. Alle wetenschappelijke kennis is voorlopig. Zoals Karl Popper zei: alle echte wetenschap moet falsificeerbaar zijn. Dat betekent dat wetenschap nooit een definitief fundament kan bieden, alleen maar een tijdelijk, namelijk totdat het tegendeel van een these bewezen is.

Natuurlijk heeft die “voorlopigheid” ons voortdurend geïnspireerd om steeds verder te onderzoeken. Maar met alle kennis en waarde die de wetenschap ons heeft opgeleverd wordt steeds duidelijker wat de wetenschap niet kan: antwoord geven op zingevingsvragen.

De uit de klimaatdiscussie bekende uitspraak the science is settled, waarmee men de these absoluut en definitief wil maken beoogt de discussie te sluiten. Dat kan maar één ding betekenen: dat de wetenschap door de politiek gebruikt wordt. Gebruikt op een wijze die met het wezen van de wetenschap in strijd is. Het is juist hierdoor dat de wetenschap als objectiverend, betekenisgevend verschijnsel erodeert. Het niet-weten benadrukt onze humanistische autonomie en diversiteit. Een gepolitiseerde, mediacratische wetenschap werpt ons terug in mystieke tijden.

Sociaal-maatschappelijke gevolgen

De beschreven symptomen van de moderniteit zoals de erosie van autoriteit, het ambivalente ik, de democratisering van het nieuws, de focus op incidenten en de erosie van de wetenschap hebben, ook in hun samenhang, sociaal-maatschappelijke gevolgen.

Communicatie-regressie

Het eerste gevolg van deze ontwikkelingen heeft met sociale media te maken, en wel met de typische eigenschappen ervan:

  • Kort: iedere verdieping is onmogelijk, context is afwezig, en daardoor
  • Snel: posten, re-tweeten in een flits, zonder distantie, zonder reflectie, en bovendien
  • Overal: deze contextloze boodschappen worden miljoenvoudig het universum in geslingerd.

Het gevolg van deze kenmerken is dat de maatschappij in een communicatieve regressie terecht is gekomen. In de psychologie is regressie het verschijnsel waarin terugval naar een eerdere bewustzijnsfase plaatsvindt.

We worden permanent en real-time aan een informatiebombardement blootgesteld. De schaal en de snelheid leiden tot een overload. We worden daarom meer getriggerd door het instinctieve deel van de hersenen dan door de frontale cortex en dat is het deel van de hersenen waar de ratio huist. De aandacht gaat sneller naar plaatjes dan naar tekst. Vaker naar headlines en soundbites dan naar een artikel. Er wordt geappelleerd aan primaire instincten: seksualiteit en veiligheid, verlangen en angst. De kalme weloverwogenheid en de nuance van Jérôme Heldring zijn verdwenen.

Dit zijn geen onschuldige of willekeurige kenmerken van sociale media. Ze maken het wezen uit van het businessmodel en technisch ontwerp waarmee Big Tech geld verdient. In onze oer-instinctieve oriëntatie op overal aanwezige prikkels zijn we nauwelijks nog vrij. Hoe verslaafder de gebruiker, hoe rijker het platform. Natuurlijk kennen we deze psychologische mechanismes al langer van de marketing. Echter, de schaal waarop deze technieken tegenwoordig worden ingezet en de penetratie ervan, kent historisch zijn weerga niet.

Polarisatie

Veel mensen zijn bezorgd over de verruwing in de samenleving, over de tegenstellingen, over de polarisatie. In reactie daarop is de regering een campagne begonnen tegen polarisatie. In deze campagne krijgen burgers tips om net even anders te reageren. “Tel even tot 10”, bijvoorbeeld, “probeer echt te luisteren”, “laat iemand uitpraten”. Hieruit blijkt dat de regering, vergelijkbaar met het standpunt van de paus over desinformatie, polarisatie beschouwt als een sociaal onwenselijke bezigheid die met gedragsinstructies bestreden kan worden, maar is dat zo?

Door de versplintering van opvattingen waar begin zestiger jaren zo verlangend naar werd uitkeken, is die in miljarden opinies opgesplitst geraakt. Al die meningen zijn door de snelheid, contextloosheid en het volume van sociale media een kolkende massa geworden. De zee van individuele betekenissen heeft een amorfe betekenisloosheid gekregen. Net zoals een kolkende massa van kleuren tot het waarnemen van wit leidt. Er is hier geen post-truth aan de orde, maar eerder un-truth. Er is dus weliswaar een massa aan informatie, maar slechts een beperkte gedeelde betekenis. Door de schaal, omvang en intensiteit van deze ontwikkeling kan men zich er ook moeilijk tegen wapenen, net zoals een regenjas niet tegen nat worden helpt als je in het water valt.

Polarisatie is geen gedragsvariabele, maar een energetisch principe. Om gehoord te worden moet je de eigen splinteropinie harder, sneller en vaker laten horen. Dan krijg je aandacht. In deze dynamiek is het een wetmatigheid dat de opinie die aandacht krijgt een tegengestelde opinie uitlokt. Daarbij maakt het niet uit of men het onderwerp positieve aandacht geeft of negatieve aandacht, in beide gevallen groeit het. Dit principe wordt door spirituele meesters als Deepak Chopra geleerd, maar deze opvatting kan ook in moderne managementbladen als de Harvard Business Review worden gevonden.

In een draaikolk heerst bovendien de middelpuntvliedende kracht, waardoor polen steeds verder van elkaar verwijderd raken, tot ze uit de baan vliegen.

Media als mainstream

Een derde gevolg is het effect op de media. Media, meervoud van medium, van het gelijknamige Latijnse medium, “het midden”, “een drager”, of een “overdrager”. Een neutraal begrip, iets wat de media ook pogen te zijn: neutraal, objectief, onthullend wellicht, maar ook dan zoveel mogelijk objectief. Om dat te benadrukken plaatsen de media zich buiten de ordening, buiten het maatschappelijk krachtenveld. Ze zijn immers slechts de waarnemer.

In de min of meer stabiele maatschappelijk ordening van enkele decennia geleden was het nog mogelijk positie te kiezen. Nu hebben ook de media geen houvast meer in een informatiewereld die te snel, te contextloos, te massief en te commercieel is. De media draaien net zo wezenloos in de moderne chaos rond als iedereen en zijn op zoek naar een vluchtheuvel, naar een coalitie.

De mainstream media grijpen zich nu vast aan het dominante narratief van de overheid en de elite omdat de media alleen zo nog impact kunnen hebben. Deze media zijn niet meer vrij, niet omdat ze niet deugen of incompetent zijn, maar omdat ze verdrinken als ze de reddingboei van de dominante orde niet beetpakken.

De mainstreammedia zijn niet zelf de gevestigde orde geworden. Ze hebben zich in een contextloze wereld noodgedwongen geïdentificeerd met datgene dat nog wel een bepaalde mate van realiteit heeft, te weten de macht. Maar het is voor een neutrale, zich buiten de orde wanende nieuwsautoriteit die de gevestigde orde dient te controleren, natuurlijk onverdraaglijk om slechts een symptoom te zijn.

Vanuit dit fenomenologische perspectief is ook te zien dat alle polarisatie, ook ten aanzien van de media, zinloos is. Er is geen dader en ook geen slachtoffer. Het symptoom: media die minder vrij zijn, het verlies van checks and balances, van tegenmacht, dat is maatschappelijk een zorgelijke ontwikkeling.

Erosie van de politiek

Als er één instituut is dat leidt onder de beschreven verschijnselen, dan is het wel de politiek. Daar leidt de overdaad aan oneliners en clickbait tot chaos. Daar is vrijwel ieder kader voor een stabiele en genuanceerde duiding zoek. Dit nu leidt per definitie tot versplintering, extremisme en polarisatie, van zowel parlementen als regeringen. In vele grote Westerse democratieën speelt dit verschijnsel en overal leidt het enerzijds tot patstellingen en stagnatie en anderzijds tot grensoverschrijdend bestuurlijk gedrag.

Iedere politicus, iedere partij moet steeds harder roepen en extremere standpunten innemen om gehoord te worden. Per verkiezing versplinteren partijen. Per verkiezing worden oude, genuanceerde standpunten ingeruild voor nieuwe en extremere, een ontwikkeling die enkel bijdraagt aan de groei van chaos. Daardoor wordt de politiek weer kritischer bejegend en daalt het vertrouwen erin, wat tot continue electorale aardverschuivingen leidt.

Op deze erosie van de politiek is moeilijk vat te krijgen vanwege het staatkundige principe van het primaat van de politiek. Dit principe beschrijft het monopolie van het parlementaire systeem om te bepalen wat het algemeen belang aangaat en hoe maatschappelijke ontwikkelingen er uit dienen zien. Maar de politiek reflecteert als het hoogste wereldlijke betekenis gevende orgaan weliswaar op alles in de samenleving, maar niet fundamenteel op zichzelf.

De maatschappelijke legitimatie van de politiek staat hierdoor onder grote druk. Maar dit feit wordt onder het kleed geveegd onder verwijzing naar de formele legitimatie. In het politieke spel blijft men doodleuk naar meerderheden sprokkelen. Als de politiek niet waarneemt dat zij zelf ook onderhevig is aan een sociaal-maatschappelijke ontwikkeling, aan bij wijze van spreken een “primaat van de bewustzijnsontwikkeling” dan ontstaat er een blinde vlek. Wie beschermt de maatschappij tegen de blinde vlekken van het collectief van politici? Veel politici negeren deze verschijnselen en houden steeds verbetener vast aan de formele legitimatie en de eigen waarheid.

Synthese

Waarheid en ambivalentie

De beschreven gevolgen: polarisatie, communicatie-regressie, media als mainstream en de erosie van de politiek zijn ieder op zich al desastreus voor een samenleving. En in hun samenhang zijn ze dat zeker. Waar is de waarheid gebleven?

Tot voor enkele decennia werd het perspectief op de waarheid bepaald door God. De goddelijke waarheid was absoluut. God werd voor ons, zonder onze inspraak, geïnterpreteerd door de godsdienst of de cultuur van de groep waar we deel van uitmaakten.

De groep bood beschutting, maar diezelfde beschutting vormde steeds meer een beknotting. Met het ontwaken van het individu hebben we ons bevrijd uit de groep. We kregen enerzijds toegang tot het niet-weten, tot de relativering van het weten. Daar was de wetenschap een exponent van. En omdat het niet-weten wel erg spannend was, projecteerde het individu de goddelijke waarheid daarnaast op zichzelf. Ik denk dus ik ben, aldus Descartes. En zo kreeg de ego-waarheid een absolute status.

Er ontstond een intrinsieke ambivalentie in de moderniteit, op individueel niveau tussen het niet-weten en het absolute van het ego. In de collectiviteit is het de tweespalt tussen enerzijds de werkelijkheid van armoede, geweld, vervuiling en uitputting en anderzijds de menselijke pretentie dat de wereld maakbaar en beheersbaar is en we haar moeten en kunnen redden.

De consequentie van dit moderne, intrinsieke conflict tussen het niet-weten en de absolute status van het ego, is desinformatie.

Desinformatie en moraal. Een welvaartsziekte

Desinformatie en fake news zijn autonome symptomen van de moderniteit. Het was decennia terug ondenkbaar hoe zeer de combinatie van de versplintering van structuren en betekenissen en de gehechtheid van het ego aan de eigen opvatting, effect zou hebben op alles dat een samenleving uitmaakt: omgangsvormen, instituties, architectuur, technologie, wetgeving en politiek. Misschien is het nuttiger om desinformatie in deze zin bijvoorbeeld een “welvaartziekte” te noemen.

Als we vervolgens desinformatie als immoreel verschijnsel typeren suggereert dit dat goed is te onderscheiden wat desinformatie is en wat niet. De gevestigde orde en de fact-checkers hebben dan de ware informatie, de objectieve waarheden in pacht. Zij zullen ons daarvan kond doen. Desinformatie is simpelweg afkomstig van farizeeërs, bedriegers en dommeriken.

Natuurlijk zijn er machtige kwaadwillenden en handige leeghoofden die media inzetten voor dystopische propaganda en doelbewuste misleiding. De hypothese dat desinformatie een symptoom is van de moderniteit maakt dit symptoom dan ook niet onschuldig, integendeel. In feite is met de moderniteit hiermee een doos van Pandora geopend.

Juist daarom is het plausibeler en realistischer te veronderstellen dat bijna elk nieuws subjectief en dus in potentie nepnieuws is. Of we het leuk vinden of niet, bij de afwezigheid van voldoende objectieve en gemeenschappelijke referentiekaders voor de interpretatie van berichten en gegevens, is dit het gevolg. We zullen in ongewisse tijden leven tot er nieuwe en andere vormen van intelligentie zijn ontwikkeld of een nieuw bewustzijn zich ontvouwt die ons in staat stellen om onderscheid te leren maken.

Het moraliseren van desinformatie maakt, als een kanarie in de kolenmijn, iets duidelijk: dat het moderne bewustzijn in een impasse is geraakt, onmachtig is geworden. Daarom doet het een beroep op een oud bewustzijn. Met die terugval naar dat oude bewustzijn doemen tegelijkertijd ook weer bepaalde kenmerken van dat oude bewustzijn op: de absolute waarheid (settled science, Alternativlosigkeit), censuur en het uitsluiten van meningen, volksgerichten en het veroordelen op basis van beeldvorming en de toename van collectieve angst en agressie.

Hotpants en desinformatie

Vroeger liep de gevestigde orde te hoop tegen de hotpants. De draagster ervan was voorwerp van heftig gemoraliseer want de hotpants was te kort en te bloot en de draagster daarom een del. Terugkijkend valt te zien dat de hotpants een symptoom, een uitingsvorm was van de individualisering, van een bijzonder aspect daarvan, de emancipatie van de vrouw. Heeft protest tegen de hotpants en draagsters de individualisering en de emancipatie gestopt? Zo zijn er talloze voorbeelden te noemen van uitingsvormen van het ontwaken van het individu die bespot, beschimpt én bestreden werden maar die, uiteraard, de emancipatie van het individu en de ontzuiling niet hebben gestopt.

Op dit moment zijn er slechts twee modi om ons tot desinformatie te verhouden. Enerzijds de technocratische maakbaarheidsvisie waarmee we eindeloos aan de maatschappij blijven sleutelen. We lopen het risico daarbij onze toevlucht te nemen tot steeds restrictievere, grootschalige interventies die de onmacht alleen maar zullen vergroten en onze fundamentele rechten op het spel zullen zetten. En anderzijds, nu de technocratie in een impasse zit, nemen we onze toevlucht tot de moraal. Een regressieve beweging. Met al onze actuele inzichten in wat onze (voor)ouders allemaal fout hebben gedaan zouden we toch kunnen weten dat dit geen heilzame weg is.

Desinformatie is een verschijningsvorm van de postmoderniteit. Een gevolg van zes decennia individuele bevrijding en technologische ontwikkeling. Zijn we bereid en in staat desinformatie en fake nieuws te bekijken als fenomenen van een wereld die we zelf hebben gecreëerd en waar we zelf verantwoordelijkheid voor zullen moeten nemen? En de waarheid? Die is wellicht te vinden als we bereid zijn te onderzoeken welke boodschap de hier beschreven fenomenen voor ons hebben.